In deze studie gaat het over Israël in de vorm van drie entiteiten. Israël als religieuze entiteit, Israël als etnische entiteit en Israël als nationale entiteit. De nadruk zal evenwel liggen op Israël als combinatie van religieuze entiteit en Israël als etnische entiteit.  In veel mindere mate zal de aandacht uitgaan naar Israël als nationale entiteit. De fenomenen: Israël als geloofsgemeenschap en Israël als etnische entiteit zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, vandaar dat gesproken wordt over ‘het volk Israël’ of ‘het joodse volk’ als het over beide entiteiten gaat. In plaats van het begrip: het ‘joodse volk’, is ook het begrip ‘het jodendom’ in gebruik geraakt. Wellicht ligt er binnen dit begrip een enigszins zwaardere nadruk op het geloofsaspect dan op het etnische aspect, maar de verschillen zijn miniem.

Sinds WO II is binnen brede lagen van het protestantisme in Nederland sprake van een theologische heroriëntatie. Het grootste deel van de Nederlandse protestantse kerken trachtte te komen tot dialoog om de Thora te doorgronden, te 'lernen', en zo mogelijk tot wederzijds begrip te komen (Van Klinken, 2009). Binnen de overige delen van het protestantisme ziet men twee uitersten. Aan de ene kant is er de terugkeer tot de vooroorlogse Jodenzending waarin de ‘bekering’ van Israël ook in de huidige tijd wordt nagestreefd. Aan de andere kant zijn er ook stromingen binnen het hedendaagse protestantisme waarin nauwelijks enige belangstelling voor het onderwerp ‘Kerk en Israël’ bestaat. Om het beeld compleet te maken: naast de genoemde uitersten kent het protestantisme een stroming die als overtuiging heeft dat het judaïsme en het christendom qua oorsprong sterk verbonden zijn en dat beide entiteiten een rol spelen in het (toekomstig) heilshandelen van de gemeenschappelijk beleden God van Israël. Onderdeel van die overtuiging is dat de vestiging van de staat Israël gezien wordt als het resultaat van Gods handelen. Jodenzending speelt in deze overtuiging soms een centrale rol, doch ook het verwerpen ervan komt voor. Juist in de jaren na WO II, in de jaren rond de vestiging van de staat Israël, heeft deze zienswijze (opnieuw) aan belangstelling gewonnen.

Intussen zijn veel van deze (theologische) denkbeelden over de Joden als geloofsentiteit, de laatste jaren aan het verschuiven qua inhoud en qua belangrijkheid. De gegroeide afstand tot WO II, de secularisatie, de politieke ontwikkelingen rond de staat Israël, maar ook de opkomst van de Islam in Nederland zijn hiervan waarschijnlijk de oorzaken. Deze ontwikkelingen komen – zij het enigszins vertraagd – door in de literatuur en publicaties van kerkelijke zijde. Op hetgeen in de plaatselijke gemeenten beleden en ervaren wordt, bijvoorbeeld te oordelen naar hetgeen vanaf de kansel klinkt, is geen zicht. In het voorgenomen onderzoek wordt beoogd in deze leemte te voorzien.

Anno 2013 komt de vraag op: in hoeverre is de (veronderstelde) fundamentele verandering in denken en spreken van de kerkelijke autoriteiten na WO II, ook vandaag de dag nog waarneembaar in het denken en spreken over Israël binnen de diverse protestantse modaliteiten?  Zijn er nieuwe visies ontstaan, of transformaties van bestaande visies? Deze vragen kan men stellen aan elke individuele kerkganger. Een dergelijke aanpak heeft evenwel beperkingen: de samenstelling van de steekproef is moeilijk te controleren en het stelt beperkingen aan de diepgang van het onderzoek. Wij hebben er daarom voor gekozen om deze vraag voor te leggen aan de predikanten/voorgangers. Voorgangers zijn immers bij uitstek ‘het geweten’ van het kerkvolk en als geen ander in staat te verwoorden hoe men binnen een plaatselijke gemeente over diverse vraagstukken denkt of behoort te denken (al dan niet als resultaat van de prediking).